NIEUWS |

De WRM gaat veranderen. Wat betekent dit voor jou?

Zoals bekend zijn 4 december stemmingen geweest over de wijzigingen in de WRM. Hieronder volgt een kort overzicht van het amendement en de moties waarover is gestemd.

Het amendement: de gewijzigde sanctie

Het hoogtepunt van de stemming was het amendement. Dit amendement regelt dat de sanctie op het niet behalen van de vijfjaarlijkse praktijkbegeleiding wordt veranderd. Nu is het zo dat een rijinstructeur van wie de praktijkbegeleiding niet als voldoende wordt beoordeeld de instructiebevoegdheid kan verliezen. Ondernemers lopen de kans in een keer hun hele bedrijf kwijt te zijn. Met dit amendement moet de rijinstructeur die de praktijkbegeleiding niet voldoende afsluit binnen zes maanden opnieuw de praktijkbegeleiding volgen. De geldigheidsduur van het certificaat wordt daartoe telkens met een half jaar verlengd: voor de eerste keer met zes maanden gerekend vanaf het einde van de geldigheidsduur van vijf jaar, daarna met zes maanden gerekend vanaf de laatst gevolgde en onvoldoende beoordeelde praktische bijscholing. De rijinstructeur kan zodoende blijven opgaan voor herkansing zonder zijn instructiebevoegdheid te verliezen. Wanneer de rijinstructeur niet opgaat voor herkansing, verliest hij de instructiebevoegdheid.

Deze sanctie heeft tot gevolg dat een gezakte rijinstructeur (na twee onvoldoende herexamens) een speciale opleiding volgt bij een, en dat is ook nieuw, gecertificeerd opleidingsinstituut. Deze praktijktraining is een-op-een. Daardoor is de training relatief duur en is het dus onaantrekkelijk om te zakken. Deze sanctie is daardoor stevig genoeg, aldus een meerderheid in de Tweede Kamer. Dit amendement regelt eveneens dat een bij de verlenging van de instructiebevoegdheid een VOG moet worden overgelegd. Dit is in aanvulling op de in het wetsvoorstel geregelde overlegging van de VOG. Ook dit kan dus extra kosten met zich mee brengen voor de rijinstructeur.

Het amendement betekent dat deze sowieso geregeld wordt in de gewijzigde WRM.

Motie: andere invulling praktijkbegeleiding

De Tweede Kamer vindt dat de vijfjaarlijkse praktijkbegeleiding momenteel onvoldoende aansluit op de behoeften van rijinstructeurs. De praktijkbegeleiding wordt gezien als een trucjeshow waar rijinstructeurs zich op kunnen voorbereiden en makkelijk slagen. Om die reden vindt de kamer dat de praktijkbegeleiding niet bijdraagt aan de ontwikkeling van rijinstructeurs en het selecteren van de rotte appels in de sector. Daarom het verzoek aan het ministerie om met de branche te komen tot een nieuwe invulling van de praktijkbegeleiding waarin de behoeften van de rijinstructeurs centraal staan, de dagelijkse praktijk goed wordt gewaarborgd en er geen sprake is van voorspelbare examens. Hoe en wanneer dit in werking gaat treden is nog ongewis. De VerkeersAcademie houdt jou op de hoogte.

Motie: eis 5 jaar rijbewijs bij WRM-examens

Op dit moment is het voor iedereen met een rijbewijs B mogelijk om vanaf dag één dat het rijbewijs is gehaald rijinstructeur te worden. Voor het begeleid rijden (2toDrive) worden hogere eisen gesteld aan de begeleider, zoals bijvoorbeeld vijf jaar in het bezit zijn van een geldig rijbewijs. Het is nu aan I&W om samen met de sector de mogelijkheden te onderzoeken om de vijfjaarseis in te voeren in de rijschoolbranche. Of en in welke vorm die er komt, is dus onbekend.

Motie: ontheffing schrijnende gevallen

In een andere motie constateerde de Tweede Kamer, dat de gevolgen van het niet halen van de praktijkbegeleiding grote gevolgen kan hebben, zoals verlies van werk en zelfs bedrijf. Het kan ook voorkomen dat een rijinstructeur door onvoorziene omstandigheden een herexamen niet haalt, bijvoorbeeld door ziekte of andere persoonlijke omstandigheden. Daarom verzoekt de Kamer om een ontheffingsmogelijkheid op te nemen voor schrijnende gevallen in de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993. Bij ons weten bestaat die mogelijkheid al en hoeft er geen extra actie ondernomen te worden.

Motie: verplichte onderdelen in theoretische bijscholing en certificering van opleiders

Onder aanvoering van de PVV constateerde de Kamer, dat een rijinstructeur zelf zijn bijscholingsprogramma samen mag stellen uit facultatieve onderdelen. Tegelijk worden de instellingen, die bijscholing geven aan rijinstructeurs niet gecertificeerd. De Kamer denkt, dat een verplichte bijscholing op onderdelen de verkeersveiligheid kan bevorderen, zoals bijvoorbeeld †nieuwe technologieŽn en nieuwe verkeersborden en -tekens.

Wij zijn hier groot voorstander van. Ook omdat we deze gelegenheid kunnen aangrijpen om daadwerkelijk een kwaliteitsslag te maken. En omdat we denken dat een certificaat een kwalitatieve uitspraak doet over de vakbekwaamheid van de onderwijsinstelling. Als De VerkeersAcademie zien wij een dergelijke certificering graag en met vertrouwen tegemoet.

Daarom gaan we graag samen met de sector in overleg om tot verplichte onderdelen van de theoretische bijscholing te komen, en deze theoretische bijscholing te laten geven door instellingen die door het IBKI zijn aangemerkt als gecertificeerd.

Over het hoe en wat is daarom nu nog niets bekend.

Andere moties buiten de WRM om

Er zijn ook moties ingediend die niets met de WRM te maken hebben, maar wel als doel hebben de professionaliteit van de rijschoolbranche te verbeteren.Het gaat daarbij om de aanpak van spookrijscholen, de controle op de WRM-pas vereenvoudigen en de invoering van een rijschoolregister.

Ingangsdatum

Andere zaken, zoals een verplichte VOG voor nieuwe en bestaande rijinstructeurs en het terugbrengen van 2 naar 1 praktijkbegeleiding zouden al gewijzigd worden. Wanneer deze wijzigingen ingaan is niet bekend. Het uitgangspunt is 1 januari 2020, maar dan moet het overleg met de sector soepel verlopen. Als dat overleg voor 1 juli dit jaar is afgerond behoort 1 januari 2020 tot de mogelijkheid. Anders schuift het nog verder op.

We houden je op de hoogte!

←  Terug naar het nieuwsoverzicht